Moederliefde en verdriet

Dat moederliefde oneindig is, bleek tijdens het waken bij een dame van 93. Ze was terminaal, maar nog goed aanspreekbaar. Zij woonde alleen en was bedlegerig, waarbij ze werd ondersteund door familie en de thuiszorg. Elke dag rond twaalf uur kwam haar schoonzoon wat warm eten brengen; hij maakte een klein praatje en ging weer naar huis. Haar dochter kwam één keer per dag langs, vroeg hoe het ging en verdween weer net zo snel als ze was gekomen. Verder kwam er niemand.

Het was al snel duidelijk dat mevrouw weinig sprak, zich eenzaam voelde en volledig gericht was op de televisie. Het leek wel alsof ze in haar eenzaamheid wat verbitterd en heel zwijgzaam was geworden. Het was dan ook moeilijk om contact met haar te krijgen. Na enkele diensten merkte ik echter dat ze mijn aanwezigheid erg op prijs stelde, omdat ze af en toe mijn hand pakte en er even in kneep.

Bij een van de diensten zat ik weer naast haar bed. Ik vroeg haar of ze een boterham met mij wilde eten. Zonder mij aan te kijken nam ze het brood aan, waarna we samen al etend televisie keken.

Zomaar uit het niets begon ze te vertellen: “Ons Nelly zou nu 60 jaar zijn geworden.” Daarna zweeg ze. Er viel, zoals altijd, weer een stilte waarin ik aanvoelde dat het aan mij was om hierop in te gaan. Op mijn vraag of ze een dochter had die was overleden, begon ze haar verhaal.

“Onze Nelly is 60 jaar geleden doodgeboren. Het was ons zevende kindje. Het was allemaal erg moeilijk, want ik had haar zo graag bij me gehouden. Omdat ons Nelly niet gedoopt was, mocht ze niet op het kerkhof begraven worden. Mijn man heeft haar toen in de boomgaard bij een appelboom begraven. De vrouw van de burgemeester kreeg in die tijd ook een doodgeboren kindje, en dat werd wél op het kerkhof begraven.”

Ze zweeg even, kauwde op haar brood en vertelde verder: “Mijn man zei tegen mij: ‘Vrouw, wij hebben nog zes kinderen waar we voor moeten zorgen, we praten niet meer over Nelly.’ Ik heb er nu zestig jaar mee geleefd en jij bent de eerste en enige aan wie ik dit vertel.”

Ze zweeg weer, kneep even in mijn hand, en ging verder met eten en televisiekijken.

Ik heb haar verhaal zwijgend aangehoord. Even later heb ik afscheid genomen en ben ik naar huis gegaan. Onderweg besefte ik dat deze vrouw zestig jaar lang, tot aan haar sterfbed, niet over haar kindje mocht praten en al die jaren het verdriet alleen heeft moeten dragen. Nooit meer over je kindje mogen praten moet vreselijk zijn geweest, en mogelijk was haar zwijgzame gedrag hieraan te wijten.

Het geheel ontroerde mij enorm. Ik heb de auto aan de kant van de weg gezet om weer tot mezelf te komen. Ondanks al het verdriet van deze vrouw voelde ik mij — en dat voel ik nog steeds — een bevoorrecht mens. Zij kon haar verdriet op haar sterfbed met mij delen.

Loe de Cock
Vrijwilliger
DOMICE

Ervaringen van anderen