Ik bel aan en de deur wordt met een touw opengetrokken. ‘U hoeft niet meer te komen’, roept een mannenstem, mijn moeder is net overleden. ‘Zal ik toch even boven komen’ vraag ik, en op zijn ja klim ik een verse sterfsituatie in. Ik tref drie ontredderde mensen (dochter, zoon en de vader van in de negentig verscholen in een hoek), die niet eerder in zo’n situatie waren. Mijn aanbod om nog even te blijven wordt na enige discussie tussen broer en zus aangenomen.
De moeder had het zwaar de laatste uren en de zoon vraagt of ik samen met hem wil helpen om haar te goed te leggen, dat maakt het voor vader misschien ook wat makkelijker? Het voelt heel intiem om zo dicht bij te mogen zijn door samen met de zoon deze laatste zorg te geven. Dan is er die worsteling met het gebit dat al tijden niet in is geweest. We kijken elkaar wat onthand over het bed heen aan en de zoon schiet in de lach, wat aanstekelijk is en een beetje lucht geeft.
Terwijl de kinderen samen overleggen hoe ze het verder gaan doen ga ik bij hun vader zitten. Hij lijkt uit de shock te komen en begint te praten over zijn vrouw en dat ze nu dood is. Na een poosje stel ik voor om naar haar toe te gaan. Hij staat op, pakt mijn arm en loopt mee naar de andere kamer. Even later zit hij langs zijn vrouw, zijn hand op de hare, terwijl tranen over zijn wangen biggelen.
Madeleine
Vrijwilligster Domice VPTZ Noord-Limburg
2026